Hoëdic
Dit gebied is interessant tijdens de vogeltrek (maart-mei en september-november) en 's winters. Houd echter rekening met de weersverwachtingen vooraleer te vertrekken. Bij oostenwind hebt u nl. meer kans om een verdwaalde trekvogel gade te slaan, maar als u de pelagische (in volle zee levende) vogels beter wilt zien, wacht u beter op westenwind. 's Winters komen hier heel wat alken (Alcidae) in open zee voor, maar vooral roodhalsfuten, kuifduikers, parelduikers en ijsduikers. Noorse meeuwen zijn evenmin zeldzaam, vooral dan in de haven.
De populatie nestbouwende vogels op het eiland lijkt in de loop van de 20e eeuw gedaald te zijn en is er ook wat minder spectaculair op geworden. Toch werden er meer dan 269 soorten vogels waargenomen op het eiland, d.w.z. gemiddeld meer dan één soort per hectare! Profiteer beslist van een tochtje op zee – als deze niet te onstuimig is – om de zee af te turen. Let ook op de muurhagedissen en de smaragdhagadis, en op de kikvorsachtigen, die men op 15 km van de kust niet zou verwachten. Ook plantkundigen kunnen hier beslist meerdere dagen hun hart ophalen.
Voorzie minstens een volle dag op het eiland om er te genieten van de rust (auto's verboden!), de zeelucht en de bijzondere omgeving. Daarbij kunt u tussen de struiken ongestoord op zoek gaan naar zeldzame species. De moerassen, het stadje en de steengroeve zijn plekken waar u niet omheen kunt. Het voordeel van het eiland is zijn kleine oppervlakte waardoor u snel van de ene plek naar de andere kunt gaan om zeldzame soorten waar te nemen.
Alle wandelingen beginnen en eindigen aan het havenstation, op minder dan 5 minuten te voet van het Hôtel de la Mer.